Agents of Change


Hoe is het mogelijk dat de helft van alle zonne-energie in de wereld wordt opgewekt in een land met matig weer (Duitsland)? Waarom worden de grootste onderwijsverbeteringen in de Verenigde Staten gerealiseerd in een stad waar het onderwijs op sterven na dood was (New Orleans)? Hoe kan een land in achttien maanden zijn provincies opheffen, terwijl dat in Nederland al meer dan achttien jaar niet lukt (Denemarken)? Waarom komen er iedere maand op honderden plaatsen in de wereld mensen bij elkaar in een Alzheimercafe (en sinds kort ook Alzheimer Theehuizen), na een bescheiden start in Leiden? En hoe slaagde een arts er in om op eigen kracht een Elektronisch Patiënten Dossier te ontwikkelen en breed ingevoerd te krijgen (Japan)?

Het antwoord op die vragen is de kern van mijn nieuwe boek ‘Agents of Change; Strategy and Tactics for Social Innovation’, dat ik samen met Sanderijn Cels en Jorrit de Jong geschreven heb. ‘Agents of Change’ is uitgegeven door de Amerikaanse denktank The Brookings Institution. Je kunt het kopen bij onder andere bol.com en amazon.com als e-book en paperback.

Geen Einstein’s, geen Steve Jobs-en
Opvallend aan het boek: steeds bleek de succesvolle innovatie te herleiden tot één of enkele vernieuwers. Vandaar de titel, ‘agents of change’. Ook opvallend: in alle gevallen ging het om doodgewone mensen. Geen Albert Einsteins, Nelson Mandela’s of Steve Jobs-en. Wat wel? Gewone mensen met een relatief goed idee om een bestaand probleem op te lossen, plus een flinke dosis bevlogenheid en doorzettingsvermogen. En waarin ze werkelijk excelleerden was de creativiteit en behendigheid waarmee ze hun oplossingen realiseerden.

Drie dingen springen daarbij in het oog:

a. De kunst van het starten
Alle vernieuwers stellen de bestaande situatie ter discussie, maar doen dat vooral slim. Niet op basis van beleidsstukken of analytische rapporten, maar door te laten zien hoe hun innovatie een vastgelopen situatie praktisch verbetert. Tegelijk werken ze actief aan hun geloofwaardigheid door mensen en organisaties met een grote reputatie voor zo’n oplossing te interesseren en zo achter hun idee te krijgen.

b. Taalacrobatiek
Succesvolle vernieuwers zijn taalacrobaten. Ze kunnen hun idee en hun oplossing ‘framen’ in de taal van de mensen die ze nodig hebben om dat uitgevoerd te krijgen. Ze belichten dát element van hun idee dat voor hun verschillende gesprekspartners het meest relevant en interessant is.

c. Voortdurend versnellen
Vaak lukt een leuk experiment nog wel in de publieke sector. Maar het blijft vaak bij dat experiment. Opschalen is een heel ander verhaal. Succesvolle vernieuwers overwinnen dat probleem door een structurele inbedding te zoeken voor hun innovatie. Bijvoorbeeld door een aangepaste grondwet (New Orleans), breed politiek draagvlak te vinden (Duitsland) of door een alliantie met een sterke partner (Alzheimercafe).

Deze drie vaardigheden van de ‘Agents of Change’ zorgen voor succesvolle sociale innovaties, zelfs in zeer weerbarstige situaties. De optimistische conclusie van het boek is dat vaardigheden voor succesvolle sociale innovaties te leren zijn. Achter de kunst van het starten, de taalacrobatiek en het voortdurend versnellen, schuilen relatief eenvoudige vaardigheden. Die zijn voor vernieuwers te leren. Zo bevat het boek lessen voor iedereen die de publieke sector wil verbeteren, van buitenaf of van binnenuit.

© Copyright Frans Nauta - Theme by Pexeto