top left image
top right image
bottom left image
bottom right image

Internet zo oud als een peuter

Lan_Cable_Cat_5e
In 1992 vertelde een stamgast in de bioscoop waar ik achter de bar werkte me over het internet. Hij speelde een online spel dat ergens op een computer in Amerika stond. Dat wilde ik meemaken, dus ik regelde een internet account bij Hacktic, later xs4all. Ik kreeg het emailadres frans@hacktic.nl, regelde een modem en kon online. Na een minuutje geblieb over je telefoonlijn was je online. Maar je kon er eigenlijk niets doen. Er was nog geen browser, dus er waren geen websites. Er was niemand in mijn omgeving met een emailadres, dus daar had ik ook niets aan. En dat online spel vond ik saai. Het internet was fascinerend maar nutteloos.
Drie jaar later kwam de eerste browser op de markt. Sindsdien heeft het internet een onvoorstelbare ontwikkeling doorgemaakt. Je zou kunnen denken dat het internet volwassen is geworden. Maar dat is echt niet waar.
Het internet zoals we het vandaag de dag kennen kun je beter vergelijken met een tweejarige peuter. Wie de eerste twee jaar van de ontwikkeling van een baby van dichtbij meemaakt is iedere dag weer onder de indruk van het onvoorstelbare ontwikkelingstempo van een klein kind. Hoe het eerst amper kan bewegen, maar uiteindelijk al heel hard kan lopen. Net als het internet in het begin heel traag was en nu behoorlijk snel. Hoe het in het begin alleen maar brabbelt, maar al snel woorden napraat. Zoals je eerst alleen maar tekst had en nu geluid en video.
Bij kinderen weten we dat het daar niet bij blijft. Zo gaan kinderen rond hun derde steeds meer begrijpen van taal. Van losse woorden gaat het naar zinnen van drie woorden. En die losse woorden beginnen steeds meer verbonden te raken aan andere woorden en aan bepaalde contexten. Dus bij het zondagochtend ontbijt wijst mijn peuter van drieëneenhalf naar de droogdoek en roept 'Droogdoek!'. Dan is het even stil en roept ze 'Afwassen!' en weer even later 'Papa Eva samen afwassen?'. En zo leert ze verbindingen te leggen. Bij alles wat ze leert groeit het aantal verbindingen. Hoe meer het kind leert, hoe makkelijker het gesprek wordt. Het gaat allemaal als vanzelf, kinderen lijken geprogrammeerd om te leren. Tegelijkertijd zie je als ouder dat het een flinke inspanning is.
Die inspanning gaat het internet ook doormaken, als we het hebben over het semantisch web. Idealiter gaat dat op de manier van het kind: als een zelflerend systeem. Zodat je steeds meer het gevoel krijgt dat je een gesprek met het internet voert. Niet een woord intypen bij Google en dan uit de 10 miljoen hits zoeken naar wat je ongeveer nodig dacht te hebben. Nee, gewoon een vraag stellen en dan een goed antwoord krijgen.
Qua innovatie zal het zo gaan zoals het de afgelopen vijftien jaar is gegaan. De grote bedrijven zullen er flink wat onderzoek naar doen, maar die worden voorbijgelopen door een groot aantal kleine startend bedrijven. Klein is altijd sneller en heeft meer focus. Een paar van die kleintjes zullen heel hard gaan groeien en gekocht worden door de grote jongens.
En heel misschien is er één van die kleintjes heel brutaal en die weigert om gekocht te worden. En die groeit uit tot de nieuwe Google of Facebook.
En ook dan is het internet nog lang niet volwassen. Over wat er vervolgens gaat gebeuren, daar kan ik nog niet veel over zeggen. Wat ik wel kan zeggen is dat ik me niet verheug op de puberteit van het internet.
Oudere posts...